In de documentaire 'Teledoc: Nederwiet' volgen programmamakers Hans Pool en Maaik Krijgsman onder andere een vader en zijn zoon, die een wietplantage runnen. De zoon knipt de wiet die de vader grootgebracht heeft. Het knippen van nederwiet is een onderdeel van het proces om het plantje tot een rookbaar eindproduct te maken, maar de vader is de echte hoofdrolspeler.
Met een Fries accent en een vooroorlogse guitigheid bestempelt de vader keer op keer zijn rol als belhamel. Het takje nederwiet dat uit het hoofd van de vader lijkt te groeien en de zwarte vingertoppen, die volgens eigen zeggen aantonen dat het THC-gehalte aan de hoge kant is, zijn meer dan een symbool voor de vrijheid, die de ondernemer zich toeeigent. Het is vooral een parodie op de vader en op de vrijheid die hij ongevraagd neemt.
Maar wat is er mis met een parodie?
Vrijwel alle mensen die in de documentaire voorkomen zijn een parodie van het karakter dat ze spelen. We zien een jonge pianist, die 28 dagen lang gaat afkicken van de nederwiet, omdat hij meer piano had kunnen spelen als hij minder geblowd had. Maar we zien ook de schaduwkant van het vak: executies en afrekeningen in het criminele circuit. De criminaliteit is een parodie geworden wanneer nederwiet ondernemers afgeknald worden in doorsnee woonwijken in Zuid-Holland.
De parodie valt steeds meer samen met de personages in de originele situatie. De parodie maakt promotie. Spoedig zullen we geen onderscheid meer maken tussen de realiteit en de parodie.
Tegen het einde van de documentaire zien we de vader met zwarte vingertoppen in de rechtszaal zitten terwijl hij door de rechter veroordeeld wordt tot 80 uur taakstraf. Van de belhamel is niet veel overgebleven. Ook het systeem blijkt een parodie wanneer de rechters voor het nederwietbeleid in Nederland geen sluitende antwoorden hebben.
De jonge pianist heeft al 9 maanden niet meer geblowd. We zien hem opstaan van achter zijn vleugel op het podium en we zien hem onder luid applaus van publiek bloemen in ontvangst nemen. Dan zien we hem nonchalant naar achter de coulissen huppelen. Op straat rookt hij een sigaret. De jonge pianist is een ander mens. Een parodie is hem vreemd.